De dubieuze handdoekenvereniging

“En, hoe gaat het met jullie mam?” Het is fijn om te merken dat er zoveel mensen belangstelling hebben voor het wel en wee van die lieve, warrige moeder van mij. Vier maanden woont ze nu op de gesloten afdeling van woonzorgcentrum De Wellen. Vier maanden zijn wij met ons gezin min of meer mantelzorger af. Als gewone kinderen en kleinkinderen gaan we nu op bezoek.

Ik bel aan en via de intercom vraagt een aardige mevrouw waarmee ze mij van dienst kan zijn. “Ik kom op bezoek bij mevrouw Manders”, antwoord ik en prompt gaat de deur open. De gang die door het huis loopt waar mijn moeder woont, is vergelijkbaar met een hoekige acht. Langs deze gang liggen de kamers van de bewoners en de gezamenlijke badkamers. Elke afdeling heeft twee eigen huiskamers, een keuken en kantoor voor de verpleging. Iedereen kan overal naar toelopen en mensen met wandeldrang kunnen heel wat ‘achtjes’ maken.

Ik loop naar binnen en ben altijd benieuwd naar wie ik tegenkom. Sommige bewoners leven in hun eigen wereld en zien mij niet. Anderen vinden het fijn om een praatje te maken of hun vraag te stellen, waarna ze weer verdergaan. Of ze lopen juist met me mee voor een bakje koffie. Bij het eerste afdelingspleintje waar ik langs loop, zitten meestal drie, soms vier lieve bejaarde dames uit te rusten van een tochtje met de rollator. ‘Dames van het goede leven’ noem ik ze en groet ze ook als zodanig. Ik krijg een lieve glimlach en een vriendelijk knikje terug.

Vervolgens arriveer ik op het pleintje van de afdeling van mijn moeder. Het is altijd weer een verrassing waar ze is. De ene keer doet ze mee met een activiteit, de andere keer zit ze in de huiskamer in een luie stoel televisie te kijken – zowaar zelfs naar andere programma’s dan een concert van André Rieu. Vaak zit ze aan de keukentafel op het pleintje gezellig te kletsen met haar medebewoners of andere bezoekers. Mensen vertellen me dat ze haar lief vinden, gekleed in haar onafscheidelijk schortje.

Als ik haar een paar weken op een rij op die manier aantref, rustig, blij, tevreden, dan kan ik mezelf bijna wijsmaken dat ze niet echt ziek is. Ze zegt soms wel iets raars of vraagt waar haar vader en moeder zijn, maar als de onrust, het continu op zoek zijn, het aanklampen van jan-en-alleman niet aanwezig is, lijkt die Alzheimer wel mee te vallen. Ik wil dat ook zo ontzettend graag geloven. Toch is die donkere, zwarte kant van dementie absoluut niet verdwenen. Ik word er alleen niet meer telkens mee geconfronteerd, nu ze in De Wellen woont. Maar ze is en blijft ongeneeslijk ziek. Hoeveel jaren ze heeft weet ik niet, maar ze verdwijnt terwijl ik toekijk.

Ik zag mijn moeder niet meteen. Ze zat op het toilet en kwam voorzichtig schuifelend weer terug op de afdeling tussen twee verzorgenden in. Ze ziet me en een opgeluchte lach breekt door op haar gezicht en ze slaakt een diepe zucht. “Ach kijk, ons Jo, och nee… ach Marianneke, ik ben zo blij dat je er bent. We zitten toch maar mooi in de penarie met die vereniging. Dat moet echt worden bepraat, want anders gaat het allemaal naar de knoppen en het is al finaal fout.” Oké, de knop staat op ‘zorgelijke-zaken-modus’, dat wordt improviseren.

Plan van aanpak, optie 1.
Koffie nemen voor mezelf en een sapje voor de rest, want ze hebben al een koffierondje gehad. Van teveel cafeïne wordt iedereen hieperdepiep, dat wil ik niet op m’n geweten hebben. Maar helaas, zo snel vergeet mijn moeder het probleem niet. De louche verenging heeft blijkbaar iets heel vervelends gedaan met een vuile handdoek en dat moet opgelost worden.

Vervolg plan van aanpak, optie 2.
Vol vertrouwen zeg ik, dat ik het gehoord heb, maar alles is inmiddels opgelost. Iedereen weet nu hoe ’t zit met de handdoek en het is goed zo. (Eerlijk gezegd, heb ik geen idee waar ik het over heb, maar ik zet mijn meest zelfverzekerde gezicht op.) “Wie is iedereen?” vraagt mijn moeder. “En waar is die handdoek nu, moeten we niet gaan kijken?” Zucht… waarom mag zij wel vage dingen zeggen en ik niet? Zo’n vijf snoetjes kijken mij met een groot vraagteken, verwachtingsvol aan. Tja, ook de aanwezige medebewoners willen graag weten hoe ’t zit met die mishandelde handdoek en die dubieuze vereniging. “Eerst koffiedrinken,” zeg ik terwijl ik koortsachtig nadenk wat de derde optie van mijn plan van aanpak zou kunnen zijn.

Yes, optie nummer 3: het weer!
Het meest besproken en gemakkelijkste onderwerp gebruik ik als dankbare uitvlucht. En het werkt… voor even.

Het blijkt toch een erg lastige vereniging te zijn die ontzettend slecht met handdoeken omgaat. Als ik mijn moeder was, ging ik er acuut onderuit. Wonder boven wonder zit de uiteindelijke oplossing van het probleem in een onsamenhangende zin van een lieve bewoonster. Zij spreekt vastberaden en beslist. Tja, er gaat niets boven zeker weten. Ik begrijp geheel niet wat ze bedoeld, maar mijn moeder is helemaal gerustgesteld. “Kijk Francien weet hoe ’t zit en daar ben ik blij om. Dan is het goed”. Mijn moeder knikt tevreden. Overigens heet haar nieuwe vriendin niet Francien, dat is de naam van haar zus die al geruime tijd is overleden. Ik vind het allemaal prima, de rust is wedergekeerd en dat is het enige dat telt.

Iedere week was ik de kleding van mijn moeder. Samen met ‘Francien’ leggen we de schone spullen in de kast op de kamer. Mama is erg, heel erg precies als het om kleding opruimen gaat. Er mag geen kreukel of vouwtje verkeerd zitten. Geen woord meer over handdoeken in nood. De vuile was gaat weer mee in de tas. Daarna vind ik dat ik nog een bakje koffie heb verdiend en kletsen mijn moeder en ik gezellig met iedereen die op het pleintje zit. Geen vuiltje meer aan de lucht.

Dan is het tijd om te gaan. Mijn moeder krijgt een paar hele dikke kussen van mij en ze is vastbesloten om een stuk mee te lopen. Dat vind ik altijd spannend, want stel dat ze ineens bedenkt dat ze mee naar huis wil, waar dat ook mag zijn. Maar het gaat goed. Ze loopt mee totdat de gang bij de andere afdeling de hoek omgaat. Weer geef ik haar een grote knuffel en een kus. Dan loop ik naar de uitgang. Achter me hoor ik dat de verpleging mijn moeder grote complimentjes geeft over haar mooie schortje. Ik voel een lach opborrelen. Het is je nog niet gelukt om mijn moeder en haar schortje uit elkaar te halen, meneer Alzheimer! Lekker puh!

Advertenties

4 gedachtes over “De dubieuze handdoekenvereniging

  1. Mooi geschreven
    Wederom is de liefde van en naar je moeder gegroeid.

    Knap hoor dat je die stap heb genomen en nu de vruchten er van mag en nog kan plukken

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s