Vergeet mij maar

Afgelopen maandag was ik bij mijn moeder op bezoek. Ze zat met de andere bewoners aan de keukentafel. Iedereen kletste tegelijkertijd over verschillende onderwerpen, maar geen van hen had dat in de gaten, ze hadden het gewoon gezellig. Het gaat weer goed met ‘ons’ mam.

Ze is erg ziek geweest. Ze had een flinke griep gevolgd door een longontsteking en blaasontsteking. Ze at en dronk bijna niet meer. Lichamelijk en geestelijk ging ze hard achteruit. Weer moest ik keuzes maken. Wilde ik dat mijn moeder antibiotica zou krijgen eventueel met ondersteuning van een vochtinfuus of nam ik het besluit om niet langer levensverlengend te handelen? Twan had me al gewaarschuwd, dat ik dit traject vroeg of laat opnieuw zou moeten doorlopen. De rit van de achtbaan waarin ik me bevond, was blijkbaar nog niet afgelopen. Van vooraf aan tolde ik door dezelfde kurketrekkers en loopings. Eigenlijk te snel volgde een herhaling van twijfel, onmacht, woede en tranen, zoveel tranen, want wie ben ik om te bepalen wat kwaliteit van leven is? En wie ben ik om te beslissen over het leven van een ander?

Met en zonder twijfel heb ik de knoop doorgehakt, hoe raar en tegenstrijdig dit ook klinkt, maar ik ben blij met mijn besluit. Ik stopte de antibiotica en het ondersteunend vochtinfuus. Mijn moeder kreeg alleen nog pijnmedicatie. Ze had regelmatig last van een delier, waardoor ze zich erg onprettig en onrustig voelde. Indien nodig, kreeg ze hiervoor Haldol. Bij de naam van dit medicijn gingen al mijn haren recht overeind staan, maar na goed overleg bleek dit de beste keuze uit allerlei ‘kwaden’. Tot slot zou haar eten en drinken aangeboden worden, maar als ze dat niet wilde, dan hield het op. Mijn gevoel zei me, dat het wel of niet willen eten en drinken voor mijn moeder de enige manier was om haar leven – bewust of onbewust – in eigen hand te houden. Warme zorg, dat is wat er voor mijn moeder is afgesproken. Ik vind het een mooie term. Het betekent dat het leven van mijn moeder zo fijn mogelijk wordt gemaakt en waarbij zij zelf aangeeft wat ze het liefste wil, voor zover ze dat kan. De verpleging vult dit op een geweldige manier in. Ik kan niet genoeg benadrukken hoe blij ik met hen ben.

Toen was de keuze aan mijn moeder. Ik dacht dat ze bezig was met afscheid nemen. Ze kon bijna niets meer. Tijdens een delier riep ze om haar vader en moeder, om ‘genade’ en ‘Moeder Maria’. Ik beruste in het feit – en met het oog op de toekomst – dat het goed was, als ze inderdaad naar haar eigen ouders, naar haar overleden dierbaren zou gaan. Eindelijk zou haar zoektocht klaar zijn. Ze zou thuis komen en rust vinden. Een dag later ging Twan bij haar op bezoek. Toen hij terugkwam, verwachtte ik hetzelfde verhaal te horen over wat ik had gezien: mijn moeder die erg in de war was, handen zoekend naar zijn handen, onverstaanbaar biddend en prevelend. Hij vond het echter wel meevallen. Ze lag op bed en was zwak, maar ze herkende hem meteen, vroeg hoe het met hem was en wilde een snoepje. Oké…

Mijn moeder blijkt een wonderbaarlijke en veerkrachtige vrouw te zijn. Ze begon meer en meer te drinken. De prevelende woordjes werden volledige zinnen en inmiddels eet ze ook prima. Lopen is nog moeilijk en ze is flink vermagerd, maar ze zit bij de andere bewoners aan tafel en haar ogen twinkelen weer. We voeren simpele, fijne gesprekjes en ze herkent ons nog steeds. Ze is dankbaar voor alles wat ze krijgt, hoe klein ook. De dames van de verpleging zijn haar kinderen of haar zusjes. Ik hoop dat Alzheimer nog heel lang met z’n tengels van die lieve karaktertrekken van mijn moeder afblijft.

In een liedje heb ik geprobeerd mijn gevoel over de verhuizing van mijn moeder naar het woonzorgcentrum te verwoorden. In het refrein klinkt de zin: “You should forget about me” ofwel “vergeet mij maar”. Ik was zo bang dat ze mij zou missen. Dat ze mij, Twan, Caitlyn en Aileen zou zoeken in elke gang en kamer die ze tegenkwam. Daarom hoopte ik dat ze ons samenwonen zou vergeten.

Door haar korte, heftige ziekbed is het Alzheimer proces wat versneld en zijn onze ruim 12 gezamenlijke jaren uit haar hoofd verdwenen. Ze is nog steeds op zoek naar een thuis dat ze nooit zal vinden, maar de herinnering dat ze deel uitmaakte van ons gezin is ze kwijtgeraakt. Ze mist ons niet en daar zijn we blij om, want haar gevoel van welbevinden staat voorop. Dementie blijft een intens verdrietige ziekte, maar we zullen ‘ons’ voor haar onthouden.

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s